4×4: ijsje…of toch jeepsafari?

Net na negenen stonden we te wachten op ‘Joe de Duitser’ voor een dag jeepsafari. Joe bleek een zeer geestige Duitser te zijn die zo snel Duits-Engels praatte dat het leek alsof een machinegeweer afging. Zijn bijnaam: Joe Kalasnikov. Onze jeep, een witte Suzuki Jimmy, stond al klaar en hij gebaarde dat we hem moesten volgen naar de centrale ophaalplek, de kerk in het centrum, waar nog vier jeeps klaar stonden. Na wat gebruikelijke misverstanden, die er bijna bij horen (dubbele boeking enzo) kregen wij een jong stel, Rowan en Marriete, mee in onze jeep. Het plan was om vandaag Samos offroad te ontdekken. Na twee minuten offroad rijden had ik al spijt dat ik, ijdeltuit, m’n lenzen had ingehouden en m’n zonnebril was vergeten….wat een stof zeg!

We reden naar het Ambelosgebergte, het hoogste gebergte op Samos. Op de top stond, hoe Grieks, een wit kapelletje, waar je een kaarsje kon branden. Verder was er boven op de berg duidelijk te zien hoe bosbranden enkele jaren gelden Samos voor 3/4 in de as hadden gelegd: kale takken, zwartgeblakerde bomen boden een beetje troosteloos aanzicht. Toen zachtjes… geklingel in de verte dat steeds dichterbij kwam. Een kudde geiten naderde langzaam. Onverstoorbaar trokken ze over de berg, ze klommen rustig door, zich niets aantrekkend van een stel toeristen. ‘Daar doe je het toch voor he…’ , zucht een Nederlandse roodverbrande dame naaste me. Ik knik maar wat mee, want op zich vind ik die geiten heus wel erg pittoresk en fotogeniek op deze plek, maar ’t is nu niet dat het spectaculair is, een geit. Toch ? Op het moment dat we weg willen rijden is Lex even zoek..te druk met foto’s nemen (onder andere van de geiten). Joe de Duitser blijkt zelf enthousiast fotograaf dus hij heeft er alle begrip voor.

Op naar de lunchstop. Het stof zit overal inmiddels. Via een soort walkietalkie in iedere jeep probeert Joe ons nog wat informatie over Samos te geven, maar hij is erg slecht te verstaan, dus erg veel meer dan dat ‘er wijn wordt verbouwd’ , krijgen we helaas niet mee. Halverwege moet 1 van de passagiers erg nodig waarop we stoppen in ‘the middle-of-nowhere’ en Joe jolig meldt dat er hier ‘nature enough’ is. Tja. Ik wacht wel even. Na een zwemdip in Balos, een klein kiezelstrandje, gaan we eten bij Stella, een Cypriotische dame. Ze verbouwt allerlei groentes zelf en serveert het eten uit grote pannen. De groentes zien er lekker uit, de rijst ook, maar die grote hompen vlees trekken me niet zo dus zowel Lex als ik zijn ‘chortofagos’ (oftewel ‘vegetarier’…nou ja, letterlijk: ‘groente-eters’. Na deze heerlijke lunch waarbij we uitgezwaaid worden door Stella en haar man, gaat het richting Potami, een klein bosrijk natuurgebied met meerdere watervallen. Tussendoor stoppen we nog even kort om heerlijk ‘vers’ bronwater te drinken, waarbij Joe meldde dat je kon zien dat dit watrer in orde was omdat er waterslakken in zaten (een soort zwarte puntjes). Ik verslikte me bijna bij het idee allemaal waterslakken naar binnen te hebben gewerkt, maar het bleek dat die niet in het stromende gedeelte zaten…

Het contrast kan niet groter zijn met al dat stof en die kale bomen nu groen loof overal, oude platanen, zelfs varens. En om het af te maken een riviertje dat door al dat groen heen meandert. Er loopt een voetpad langs en op sommige punten steek je het riviertje via boomstammetjes over (ik blij dat ik m’n goede schoenen aanhad). Aan het eind van het pad kun je de rivier inlopen, heupdiep ongeveer, om aan het eind een waterval aan te treffen waar je even onder kunt ‘douchen’. Vrij koud dat bergwater, maar wel erg mooi! Bij de waterval hing een touw waarmee je naar een volgend niveau kon klimmen. Er zijn in dit gebied namelijk ongeveer acht watervallen (misschien iets meer, of iets minder… zeker weten doen we het niet), maar omwille van veiligheid vond Joe het niet zo’n goed idee om te gaan klimmen. Nu ben ik nooit zo’n ster in touwklimmen geweest en al helemaal niet met een camera om m’n nek die niet nat mag worden, dus ik vond het niet zo erg, maar Lex had het nog wel graag gewild.

Nog nat van de rivier gingen we de jeeps weer in op weg naar een bergdorpje waar we een heerlijke versgeperste sinaasappelsap kregen en een koude cola. Een prachtig uitzicht over het dal nodigde uit om nog wat foto’s te maken. Joe vertelde ondertussen nog wat anekdotes. Een daarvan willen we jullie niet onthouden. Komt ie…

Tijdens de rit reden we vandaag door een klein dorpje en op een gegeven moment ging de weg tussen twee huizen door. Genoeg ruimte voor 1 auto om doorheen te rijden, maar meer ook niet. Onze jeeps pasten nog net, maar hadden we een wat rianter uitgevoerde 4WD gehad dan was het niet mogelijk geweest om er doorheen te rijden. Joe vertelde dat hij tijdens een van zijn eerdere tours enkele dames tegenkwam die met een te grote wagen door deze bottleneck wilden rijden. Behulpzaam als hij is vroeg hij de dames waar ze naartoe wilden. Dan kon hij ze eventueel een andere route laten zien. De dames wilden naar het plaatsje Drakei en zouden – volgens hun wegenkaart – via dit dorp daar uit moeten komen. Joe was stomverbaasd; na zo’n 9 jaar ervaring op Samos had hij toch van deze route moeten weten? Maar het zei hem niets. Hij vroeg of hij de wegenkaart van de dames mocht zien. Ze bleven namelijk bij hoog en laag volhouden dat ze toch echt via deze weg bij Drakei uit zouden moeten komen. Wat bleek? Toen de wegenkaart tevoorschijn werd getoverd, was het….

…. het tafelkleed van de taverne waar de dames eerder die middag hadden geluncht! Tsja… het zijn leuke kleedjes… maar om ze nou direct het predikaat ‘wegenkaart’ te geven gaat wel erg ver. Einde van de rit voor de twee slimme mevrouwen die dachten een tafelkleed als TomTom te kunnen gebruiken!

Al met al hebben we een leuke dag gehad en keerden we moe, maar voldaan terug naar het appartement. Tijd om lekker te douchen en daarna onze magen weer wat werk voor de nacht te verschaffen…

1 reactie 2 september, 2009

Efeze en Hotel California

Nog voordat de hanen begonnen te kraaien, zoals iedere ochtend, zat ik al aan m’n ontbijt. Een aardbeienyoghurt dit keer. En terwijl ik langzaam m’n zuivel naar binnen lepelde, zag ik de zon uit de zee opkomen, mooi glanzend en donkergeel. De zonsopkomst gaat hier net zo snel als de zonsondergang alsof de zon een statement wil maken: het is of dag of nacht, hoezo ‘schemering’ ?

Vandaag was de dag van het zevende wereldwonder Efeze in Turkije. Het advies was om hoofdbedekking te dragen, want in heel Efeze was geen schaduw te vinden. Alle bomen waren gekapt nadat men bemerkt had dat de boomwortels de eeuwenoude opgegraven stad beschadigden. Nu ben ik natuurlijk wel zo ijdel om er een beetje oke uit te willen zien. Van zo’n pet gaat m’n haar plat zitten, met zo’n dameshoed met slappe rand zie ik er net zo uit als Beatrix en met een hip sjaaltje bescherm ik m’n hoofd niet genoeg, da’s zo’n ‘net-niet’ oplossing. Dus Leonie ging voor stoer: helemaal in Indiana Jones stijl. Paste ook wel bij het doel van de dag. Lex ging voor functioneel en koos voor de pet.

Bij de halte stond een andere Nederlandse familie te wachten die gingen shoppen in Kusadasi. Verder stond er nog een Nederlands stel waarvan het meisje iets weg had van kabouter Plop. Zij had namelijk wel gekozen voor de halfslachtige zakdoekoplossing, maar de wind blies het puntje van haar zakdoek steeds omhoog zodat het leek alsof ze een puntmuts ophad. We zagen de bus aankomen, maar die stopte 50 meter verder. Het Nederlandse stel rende er heen, bang om de bus te missen denk ik, maar de familie en wij bleven rustig staan wachten tot de bus doorhad dat hij ons ook nog moest oppikken. Rennen met dit weer is sowieso geen goed idee. En uiteraard doen we hier alles wel even ‘ siga-siga’. De bus reed ons naar de haven in Samosstad waar het compleet onduidelijk was wat de bedoeling was, geheel volgens gebruikelijke chaotische Griekse stijl natuurlijk. Een beetje mopperend gingen we maar achter wat toeristen staan en zowaar: we bleken ineens in een soort van rij voor de paspoortcontrole te staan. Paspoortcontrole ja, want we verlieten Griekse bodem. We zaten op het bovendek heerlijk te genieten en de overtocht duurde ongeveer 1,5 uur.

Na de overtocht was het even zoeken naar de bus die ons naar Efeze zou brengen, want Turken blijken net zo chaotisch als Grieken. Uiteindelijk gevonden en in de bus vertelde Serpil, onze reisleidster/gids van de dag dat onze chauffeur Mehmet heet en dat dat een vaak voorkomende naam in Turkije is. Goh. Na deze compleet overbodige informatie reden we langs een soort Turkse Efteling en Serpil vertelde op volume 20 wat meer over de stad Efeze. We werden bijna doof omdat we recht onder de speaker zaten, maar excursies doen is afzien wisten we als ervaren rotten.

We waren onderweg naar het ‘derde Efeze’, er waren namelijk twee eerdere Efezes geweest, maar de stad werd verplaatst naarmate de haven dichtslibte. Verder scheen er nog wat onduidelijkheid te bestaan over wie de eerste stad Efeze nu gesticht had: de Amazones, de Hittiten of een ander volk, maar dat mocht de pret niet drukken. Serpil leidde ons met haar oranje parapluutje langs het prachtige theater, het badhuis met sanitaire voorzieningen, het bordeel, de prachtige bibliotheek (dat eigenlijk een soort mausoleum was) en uiteraard door de mensenmassa’s, want het was loeidruk. We zaten ons te verbazen dat de Turken blijkbaar wel de moeite hadden genomen om alle bomen te kappen wegens mogelijke beschadigingen, maar wel dagelijks honderden mensen toelieten die overal opklommen en aanzaten. Tja. Uiteraard hebben we ontelbare foto’s genomen en kregen we en passant nog wat leuke weetjes te horen. Bijvoorbeeld dat het symbool van Nike bedacht is naar aanleiding van een plooi in de jurk van de godin Nike. In ieder geval: het was er prachtig, maar mocht je er zelf heengaan, probeer dan zo vroeg mogelijk te gaan, dat is zowel hittetechnisch als mensenmassatechnisch een stuk prettiger.

Na een korte lunchstop in de Turkse Hema, tenminste zo bleef Serpil het maar noemen (ik vind de Nederlandse Hema een stuk gezelliger trouwens), ging de tocht door naar een ‘lederfabriek’. Het onvermijdelijke commerciele gedeelte van de tour. We werden binnengelaten in een aparte ruimte waar de enthousiaste gastheer vertelde over de superioriteit van zijn kalfsleder, hoe dun het was, hoe je het moest schoonmaken (met babyshampoo of vaseline voor de huisvrouwen onder ons). Vervolgens werd er voor onze ogen een modeshow opgevoerd met de nieuwste modellen waar we onder het genot van een appelthee naar konden kijken. Het klapstuk was dat twee Nederlanders uit het publiek gehaald werden om mee te lopen op de catwalk. Je kent dat wel: zo’n moment dat je extra diep in je stoel wegkruipt om maar niet uitverkoren te worden… Tot mijn verbazing deden de gekozen Nederlanders nog leuk mee ook. Nou hartstikke leuk zo’n modeshow zou je denken.

Maar de modeshow bleek eigenlijk een dekmantel te zijn voor het werkelijke doel: ons allemaal een leren jas aansmeren. We werden een nieuwe zaal ingeleid met allemaal leren jassen en voordat we het wisten waren we omringd door Turkse verkopers die ons heel vriendelijk, maar vooral gladjes te woord stonden en voor ons wel even het ideale model uit de rekken zouden halen. Ondanks tegenwerpingen: ‘ik hou niet van leer’, ‘ik heb genoeg jassen’ en ‘ik heb geen geld’, waren ze niet van ons af te slaan. Een beetje in het nauw gedreven zochten we naar een uitgang. Ik voelde me een beetje zoals de onfortuinlijke gast in ‘Hotel California’: ‘you can check-in any time you like, but you can never leave’….. Gelukkig zag Lex in zijn ooghoek de deur waardoor we naar binnen waren geloodst en zo snel als we konden, zonder iemand aan te kijken, liepen naar buiten. Toch een kleine zucht van verlichting bij het zien van de blauwe lucht. Serpil was niet zo blij met ons. Wij waren even niet zo blij met Serpil.

Het laatste uur konden we in Kusadasi doorbrengen om te shoppen. Tja…we waren even klaar met shoppen zoals jullie zullen begrijpen.. Ook hier, in de bazaar, wilde men van geen ‘nee’ weten. Dus snel foto’s gemaakt van de cruiseschepen die in de haven lagen en van een Nederlandse ‘Friet van Piet’ (je hebt ze ook overal) en toen maar weer richting douane en boot, de Samos Star. Turkije lijkt inderdaad veel op Griekenland. Aan de oppervlakte. Maar als je de moeite neemt iets verder te kijken dan de yoghurt en de baklava dan zie je wel degelijk verschillen. Kusadasi was onze plek niet echt. En ondanks dat we op de terugweg niet konden zitten en de paspoortcontrole in Griekenland weer merkwaardig en bijna amateuristisch verliep, waren we blij weer voet op Griekse kust te zetten. Enne grappig detail: alle teksten die we in Efeze gezien hadden, waren in het Grieks… dat heb je met wereldwonderen he

1 reactie 29 augustus, 2009

Over bloed en surfen

Mensen observeren tijdens m’n vakantie is ook een hobby. Terwijl Lex de temperatuur van het zwembad aan het uittesten was, had ik rustig de gelegenheid de andere badgasten te bestuderen. Het zenuwachtige stel zat diep weggedoken onder twee grote olijfbomen in de hoek. Ze lagen op matchende badlakens en dronken hun versgezette DE koffie (meegebracht uit NL natuurlijk) uit dezelfde mokken. Zelfs hun badkleding was uniseks. Ze zeggen dat mensen meer op elkaar gaan lijken als ze langer bij elkaar zijn, dus ik bekeek Lex en mijzelf nog even kritisch. Nope, niets hetzelfde gelukkig. Ergens vind ik uniseks stelletjes toch iets doms hebben, maar waarom? Als zij daar nu happy mee zijn? Net op het moment dat ik m’n aandacht wilde richten op het stel rechts van ons, vroeg Lex of ik wat bijzonders aan hem zag.

Een grote straal bloed liep van zijn wenkbrauw langs zijn gezicht, hals en over zijn borst. ‘Jeez! Je bloedt man!’ Wat bleek? Lex had na een onderwaterduik zijn wilde manen willen uitschudden, maar had niet gezien dat hij voor zo’n actie veel te dicht bij de rand van het zwembad stond. Ik hoefde me ter plekke niet meer af te vragen wat voor het beroep de vrouw het stel rechts van ons uitoefende, want kordaat liep ze op ons af, noemde haar naam (die ik in de stress natuurlijk meteen vergat) en zei dat ze verpleegster was. Ik kreeg de opdracht het te ontsmetten met betadine en er moest, om te voorkomen dat de jaap een lelijk litteken zou worden, een ‘ vlindertje’ (ook wel ‘ zwaluw’ genoemd) op. Lex voelde zich nog goed genoeg om dat bij de apotheek te gaan halen, maar ’t was een enerverende ochtend meteen. De rest van de dag verliep een stuk gemoedelijker…

Heerlijk ’s middags geluncht op ’t balkonnetje met de plastic stoeltjes. Toevallig ligt achter het balkon een kleine surfschool waar het een drukte van belang is met allerlei surfdudes en surfdudettes. Terwijl zij met enorme snelheden over het water suisden, overviel me even een gevoel van gemis. Het ziet er namelijk zo vrij uit, dat surfen over de golven alsof er niets anders meer bestaat dan de zee en jou. Lex zat ondertussen te wensen dat hij er op zijn veertigste net zo uit zag als de surfdude die net uit het water kwam lopen. Het enige detail dat zijn manlijkheid compleet naar de klote hielp waren de knalgele crocs aan zijn voeten . Ook kitesurfers maakten dankbaar gebruik van de Meltemi die zo hard blies dat al je zorgen uit je hoofd waaiden. En wat leek het me heerlijk zo te surfen.. maar goed, ik idealiseer het surfen en het bijbehorende gevoel van vrijheid al sinds ik Point Break heb gezien geloof ik…

De avond was de avond van het plan. Het is mogelijk om vanuit hier naar Kusadasi te varen en in Turkije een bezoek te brengen aan Efeze, het zevende wereldwonder, zo werd ons in alle informatie voorgespiegeld. Nu laten wij ons een wonder natuurlijk niet zomaar ontnemen dus zo gepland dat we morgenochtend vroeg het kamp van de traditionele vijand van de Grieken zouden betreden. Maar nu eerst even niets. Baantjes trekken. Een zwaluw scheerde over ons heen en nam snel een slokje uit het zwembad en vloog door in 1 soepele beweging. De katten bij het appartement keken geboeid toe. Lex hoofd deed nog wel zeer en het bloedde ook nog wat, maar hij klaagde niet. Morgen weer een dag.

4 reacties 26 augustus, 2009

Samos: oftewel de vakantie van de vergeten spullen

De zwoele ‘Meltemi’ wind deed het gordijn van het appartment bollen. Op het gordijn waren allerlei zeilschepen afgebeeld, maar dit ‘marine’ thema was verder niet doorgevoerd. Het appartement was eenvoudig maar toereikend ingericht. Zoals de meeste Griekse appartementen slechts voorzien van twee keiharde bedden, 1 klein bureautje met spiegel en een typische Griekse houten stoel met dito harde zitting. Op de muur een ingelijste foto van een roos in een vaas. Tot zover de romantiek. Op het kleine balkonnetje, met zeezicht!, stonden twee plastic stoelen en een plastic tafel met een gebloemd plastic zeiltje. Makkelijk af te nemen als je knoeit. Het geheel straalde geen allure uit, maar toch voelde het als pure luxe. Gewoon op je balkon zitten, op je plastic stoeltje en dan uitkijken over de korenbloemblauwe zee. Poseidon had er zin in vandaag want hij toverde prachtige golven tevoorschijn waar de aanwezige windsurfers dankbaar gebruik van maakten. Liet je je blik naar rechts glijden dan had je uitzicht op de baai met daarachter verborgen ontelbare cafeetjes en restaurantjes.

De reis was goed begonnen. Halverwege de taxirit bemerkten we dat we Lex’ rijbewijs waren vergeten en Leonie’s telefoon. Dus rechtsomkeert gemaakt, Elly wakker gebeld en een nieuwe poging gewaagd. Vlak voor de paspoortcontrole op Schiphol, de point of no return, vroeg Lex ineens ‘ zeg heb jij ook het voucher van het hotel..en de retourtickets gepakt..’ Tja. Freud zou misschien gedacht hebben dat we onbewust gewoon niet terug wilden komen, maar echt handig was ‘ t niet natuurlijk. Dus Elly weer uit bed gebeld en arme Leo die de volgende dag moest werken moest ons in allerijl komen redden. Leonie kreeg bijna de slappe lach van de hele toestand maar Lex kon er nog niet helemaal om lachen. De vlucht verliep verder voorspoedig en wat ook wel grappig was dat we in het toestel kennissen tegenkwamen van Leonie’s oma, Aad en Tineke, die ook toevallig naar Samos gingen.

Aangekomen in appartmenten Dimitra (waarbij Leonie toch even aan paps moest denken ) bleek al snel hoe vermoeid we waren, want de eerste siesta geheel slapend doorgebracht. ‘ s Middags naar het centrum van Kokkari gewandeld dat op ongeveer 15 minuten lopen ligt. Het is geen grote stad, maar wel groot genoeg om van alle gemakken voorzien te zijn voor de hedendaagse toerist. Na enig zoeken alles gevonden wat we nodig hebben: n bakkertje voor de ‘ broodnodige’ tiropites en bougatsas, een supermarkt voor liters water, een pinautomaat en een hoop winkeltjes. Na de eilandintroductie door Jori, lekker wat boodschappen gedaan, want we bleken wel meer vergeten te hebben deze vakantie … ‘ s Avonds te moe om weer naar het centrum te lopen dus gewoon gegeten bij restaurant ‘Marina’ aan de overkant van het appartement en het was heeeerlijk… keftedes met een krokant korstje, knapperig frisse komkommers, dolmades met een vleugje citroen… n glas ouzo om het af te leren… het leven is goed. Ola einai kala.

4 reacties 25 augustus, 2009


Categorieën

Woordenwolk

Links

Archief

Overig

Feeds